Programma's

1 Klimaat en weer

1. Klimaat en weer

Klimaat & Energietransitie

De opgave is groot en urgent
Neerslagextremen, hittestress en periodes van extreme droogte zijn al lang geen incidenten meer. Sterker nog, we kijken er al bijna niet meer van op als er weer een temperatuurrecord sneuvelt. Wereldwijd is de gemiddelde temperatuur inmiddels al 1,5 °C hoger ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. De effecten van het broeikaseffect doen zich sneller en heviger voor dan lang werd gedacht.

Eindhovense doelstelling
Eindhoven neemt de verantwoordelijkheid om de stad klimaatbestendig in te richten en om de CO . -uitstoot flink terug te brengen. Dit doen we om klimaatverandering tegen te gaan en de negatieve effecten zoveel mogelijk te minimaliseren. Niet voor niets heeft Eindhoven in 2016 al stedelijke CO -doelen vastgelegd in een Klimaatverordening. Daarmee was Eindhoven de eerste en voor zover bekend enige stad die klimaatdoelen juridisch verankerde in regelgeving. In 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen in Eindhoven ten opzichte van 1990 met minimaal 55% zijn teruggebracht. In 2050 moet deze zijn teruggebracht naar nul.  Het huidige bestuur heeft  de klimaataanpak als één van de belangrijkste opgaven in het bestuursakkoord gezet. Aandachtspunten in 2025 waren onder andere het zoeken naar oplossingen voor netcongestie ten behoeve van de transitie naar duurzame energie, het uitbreiden en verder professionaliseren van de aanpak energiebesparing en het inrichten en operationeel krijgen van het publieke energiebedrijf Eindhoven Energie, zodat er een stabiele en goedgevulde projectenportfolio ontstaat. Er zijn op verschillende taakvelden diverse acties ondernomen om de CO2 uitstoot te reduceren; zie voor concrete uitwerking de afzonderlijke taakvelden. Een grote mijlpaal is het vaststellen van het Klimaatplan III (2026-2030) door de Raad en de implementatie van ClimateView in het voorjaar van 2025.

De Brainportregio kampt met een vol elektriciteitsnet. Dit belemmert de ruimtelijk-economische ontwikkeling en de verduurzaming van Eindhoven. Onder meer woningbouwplannen, plannen voor voorzieningen, uitbreidingsplannen van het bedrijfsleven en de elektrificatie van warmte en (bedrijfs)processen worden geraakt door onzekerheid over een stroomaansluiting. De onzekerheid wordt verder versterkt door onduidelijkheid over nieuwe regels rondom de prioritering van ontwikkelingen, waarbij een grotere rol gaat liggen voor gemeenten in het aanvragen van stroomaansluitingen.
De situatie blijft ondanks tal van investeringen door netbeheerders zeker tot 2033 zorgwekkend. Dat maakt dat de regio fors inzet op 1) waar mogelijk versnelling van de realisatie van energie infrastructuur en 2) het bewust omgaan met de schaarse transportcapaciteit op het elektriciteitsnet. Afspraken/projecten met hogere overheden, Brainport en netbeheerders TenneT en Enexis worden onder meer gemaakt via de Brainportaanpak netcongestie, het BO Brainport en het Nationaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (NMIEK). Daarnaast maken we nu intern en in regionaal verband de gevolgen inzichtelijk van de nieuwe manier van prioriteren voor onze projecten in de stedelijke ontwikkeling. Op basis daarvan wordt een actieplan gemaakt.  

Emissiereductiepaden uit klimaatplan 2026-2030 verwerkt in de begroting
In het Klimaatplan III (2026-2030) die in juni 2025 is vastgesteld is de uitstoot van referentiejaar 1990 opnieuw vastgesteld op 1.379kt CO
e. Daarmee komt het totale uitstootplafond voor de gehele stad in 2030 uit op 620,6 kt CO e. Naast de vastgestelde reductiedoelen verplicht de Klimaatverordening het college om jaarlijks een klimaatbegroting/rapportage op te stellen. De klimaatrapportage (2026 meest recent) vermeldt enerzijds expliciet taakstellingen met betrekking tot de verschillende begrotingsprogramma's en anderzijds een beschouwing op de geboekte resultaten en de komende ontwikkelingen. In de begroting 2026 staan onder meerdere taakvelden CO plafonds in de vorm van effectindicatoren, die per taakveld aangeven of we op koers zijn richting de doelstelling. Dit geldt voor de taakvelden milieubeheer (tv. 7.4), fysieke bedrijfsinfrastructuur (tv. 3.2), onderwijshuisvesting (tv. 4.2), wonen en bouwen (tv. 8.3), verkeer en vervoer (tv. 2.1), sportaccommodaties (tv. 5.2), cultuurpresentatie, productie en participatie (tv. 5.3) en beheer overige gebouwen en gronden (tv. 0.3). In het in juni vastgestelde Klimaatplan III zijn deze emissieplafonds per taakveld opnieuw vastgesteld. Daarbij is rekening gehouden met de verschillende snelheden tussen de taakvelden onderling, terwijl tegelijk het overkoepelende doel van 55% reductie in 2030 onaangetast blijft. Dat betekent dat in deze jaarrekening nog de oude emissieplafonds staan opgenomen.


Hoe staan we ervoor?
Het jaar 2024 laat opnieuw een daling van uitstoot zien (dit zijn de meest recente uitstootcijfers, 886 kton in 2024 t.o.v. 934 kton in 2023). Vooral binnen de industrie en de woningen is de daling van het energieverbruik het best zichtbaar. De inzet op verduurzamingsmaatregelen zorgen naar verwachting voor een blijvende daling van uitstoot, al zal deze vanaf 2024 veel minder scherp zijn dan in 2022 en 2023. Dit komt omdat de effecten van de scherpe daling de afgelopen jaren (kleine winstmarge bedrijven en verwarming in woningen lager door hoge energieprijzen) eenmalig zijn en deels zullen wegebben. De voorlopige cijfers voor 2024 lijken dat te bevestigen. Zo is de uitstoot bij industrie en bedrijven verder gedaald van 289 kton in 2023 naar 267 kton in 2024. En is de uitstoot van woningen licht gestegen van 234,1 kton in 2023 naar 236,8 in 2024.
Naast deze incidentele ontwikkelingen speelt een andere, langjarige trend mee die een grote invloed heeft op de uitstootontwikkeling. Vanaf 2015 neemt het opgesteld vermogen aan zonnepanelen en windmolens snel toe, met als gevolg een snel schoner wordende emissiefactor voor elektriciteit. Dit zal ook de komende jaren nog een positieve invloed op de uitstootontwikkeling hebben, al zal deze op termijn afvlakken. Momenteel is grofweg de helft van de elektriciteit al CO
-vrij. De emissiefactor van elektriciteit is inmiddels zelfs al ruim 60% lager dan in 1990.

Data en Monitoring
De cijfers in de begroting en in klimaatrapportage (bijlage) komen uit de Regionale Klimaatmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek, de emissieregistratie van het RIVM en het Nationale Energie Verkenning-Rekensysteem (NEV-RS). De gehanteerde cijfers zijn specifiek voor Eindhoven. De meest recente cijfers uit de klimaatmonitor komen uit 2023, waar het kan gebruiken we cijfers uit 2024. De uitstoot in 1990, en daarmee ook de doelstelling van 55% reductie ten opzichte van 1990, is vastgesteld met behulp van de emissieregistratie van het RIVM. Een aantal van de cijfers is nog voorlopig. Ook worden cijfers uit eerdere jaren soms aangepast naar aanleiding van nieuwe inzichten, waardoor deze soms kunnen afwijken van rapportages uit eerdere jaren.


De Klimaatrapportage 2026 geeft een verdieping op de data rondom de energietransitie en CO
-uitstoot. Daarnaast geeft de rapportage een samenvatting van de te verwachten ontwikkeling van de broeikasgasemissies en de effecten van lokale en inspanningen gericht op de energietransitie en circulariteit. De volledige klimaatrapportage is ook online te raadplegen: Klimaatrapportage 2026

In het dashboard van ClimateView modelleren we de verwachte uitstoot in 2030 als we onze doelstelling van 55% CO -reductie halen en wat we daarvoor moeten doen (Eindhoven - Klimaatactieplan voor 2030 ). We kunnen met deze software beter inschatten of onze inspanningen voldoende zijn, waar knelpunten zijn en of we moeten intensiveren. In ClimateView maken we gebruik van dezelfde cijfers als de klimaatrapportage, aangevuld met berekende socio-economische parameters, waarmee een modelmatige toekomstschets van de uitstoot wordt gemaakt. De klimaatrapportage kijkt terug op gerealiseerde uitstoot.

Groen

Het thema Groen en Recreatie draagt bij aan het verbeteren en versterken van de biodiversiteit, klimaatadaptatie, identiteit van de stad en de gezondheid van haar inwoners. Deze bijdrage is geleverd door (speel)gazons, kruidenrijke grasstroken, gevelgroen, plantsoenen, bomen, (stedelijk) bos, speelvoorzieningen, parken en natuurgebieden te ontwikkelen en te beheren. Bij de ontwikkeling van de stad trok het thema Groen samen op met thema's als Wonen, Economie, Verkeer, Milieu en Duurzaamheid om te komen tot een leefbare en toekomstbestendige groei van de stad. Bij groenbeheer is nauw samengewerkt met de taakvelden Openbare Ruimte en Water om te zorgen voor een gezonde en leefbare openbare ruimte.

Water

Door de klimaatverandering zullen zeer zware regenbuien vaker en heftiger optreden. In alle KNMI-scenario’s nemen de buien toe. Het traditionele rioolstelsel is niet ontworpen om deze grote hoeveelheden neerslag te verwerken. De riolering is bedoeld om bij normale regen het water van wegen en daken af te voeren. Om bij grote hoosbuien schade te voorkomen, zijn aanvullende maatregelen nodig. Dat kan door infiltratie in de bodem, afvoer naar open water en kortdurende berging op straat of in de openbare ruimte. We moeten accepteren dat door toename van hevige buien vaker water op straat zal staan. In het algemeen is het niet acceptabel als water gebouwen in stroomt of doorgaande wegen blokkeert. Tegelijkertijd kennen we ook langere tijden van droogte waarvoor we water willen vasthouden. Per situatie moet de meest effectieve en doelmatige maatregel worden bepaald. Hierin heeft de gemeente een centrale rol. Zij zorgt voor alle regenwater voorzieningen, zowel het traditionele riool als de andere voorzieningen in het openbare gebied. De waterschappen voeren oppervlaktewater af en de verantwoordelijkheid voor het beschermen van hun eigendom tegen indringend water ligt bij de gebouw eigenaren. Schade is nooit helemaal te voorkomen.

Milieu

Het thema Milieu en Duurzaamheid draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Dat hebben we gedaan door de milieurisico’s en -belasting te beperken en de CO -uitstoot stadsbreed te verminderen.

Bij milieu betreft het de onderwerpen afval, bodem, geluid, lucht, geur, gevaarlijke stoffen en elektromagnetische straling. Het rijks- en provinciaal beleid maakt water en bodem sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen. Met beleid, maatregelen en handhaving heeft Milieu bijgedragen aan de integrale gezonde en toekomstbestendige ontwikkeling van de stad. Het thema Milieu heeft daarmee ook directe raakvlakken met uitwerking van ruimtelijke projecten en is uitgewerkt in het omgevingsprogramma Gezonde Leefomgeving.
We hebben gewerkt aan het verminderen van huishoudelijk restafval door het toepassen van nascheiding. We hebben de bodem schoon gemaakt door diverse saneringen en benutten het potentieel van aardwarmte optimaal. Om de lucht in de stad schoner te maken hebben we subsidieregelingen opgetuigd voor de sloop van scooters en oude diesel auto's. Daarnaast is vanaf het najaar van 2025 het houtstookverbod ingegaan. De geluidsbelasting hebben we beperkt door uitvoering te geven aan (sanerings-)regelingen van het rijk voor wegen. We hebben bedrijven aan wettelijke emissie-eisen gehouden, door toepassing van onze bevoegdheden binnen vergunningen, toezicht, handhaving. We hebben de milieubelasting en -beleving in de stad aan de hand van rekenmodellen, meetsystemen, inwonersbeleving gemonitord op het gebied van geluid en luchtkwaliteit en rapporteren daarover. Dit gebruiken we in de keuzes die gemaakt worden in ruimtelijke besluitvorming en hebben we doorvertaald in het programma Gezonde Leefomgeving.

Duurzaamheid gaat over de transitie van fossiele energie naar schone en hernieuwbare energie en het zuiniger en slimmer omgaan met grondstoffen, om zo de CO -uitstoot drastisch te verminderen. We stimuleren hergebruik van bruikbare materialen uit afvalstoffen, gebruik van circulaire materialen, grondstoffen en producten die gezond zijn voor mens en milieu. Dat doen we door marktvraag te vergroten, (ruimtelijk) beleid te ontwikkelen en (keten)samenwerking te organiseren. Op strategische wijze werken we toe naar een betrouwbaar en toekomstbestendig energiesysteem, waarbij we steeds minder aardgas gebruiken en woningen laten aansluiten op warmtenetten of warmtepompen. Dit wordt concreet in de proeftuinen aardgasvrije wijken. We faciliteren middels het energiebesparings-programma concrete besparings- en isolatiemaatregelen, met name in de gebieden waar de woningen met de laagste energielabels zijn. We werken samen met de woningcoöperaties om dit alles te bewerkstelligen onder de noemer van het duurzaamheidspact. Op bedrijventerreinen werken we samen met onze bedrijven en ondernemers aan innovatieve oplossingen voor verduurzaming van bedrijfsprocessen en netcongestie. Via de programma’s Slim Verduurzamen Vastgoed en Slim Verduurzamen Gemeentelijke Gebouwen werken we aan de verduurzaming van ons eigen vastgoed.

Doelen

Een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met de daarin passende gebruiks- en natuurfuncties

                                                                                                                                               .

Optimale riolering

Minimalisering wateroverlast en/of verstoring van de oppervlakte-waterkwaliteit

                                                                                                                                               .

Afval wordt goed aangeboden, gescheiden en verwerkt

                                                                                                                                               .

Cumulatief beheerste situatie fysieke leefomgeving

Totale CO₂-reductie gemeente Eindhoven

                                                                                                                                               .

Highlights 2025 uitvoeringsprogramma bestuursakkoord  

  1. Versterken van een leefbare, groene en biodiverse stad: het groenplancentrum (o.a. herinrichting Wilhelminaplein), vergroenen van straten (in de bestuursperiode in totaal 90 straten waarvan 41 straten in 2025), en pleintjes. Tevens is bestaand groen versterkt via versnelling herplant bomen en het opstellen van een strategisch groenbeheerplan. Het landgoed De Wielewaal is in september opengegaan voor het publiek.
  2. Verbeteren van de gezonde fysieke leefomgeving, specifiek de luchtkwaliteit door uitvoering te geven aan de sloopregeling voor scooters en voor dieselauto’s/bestelbusjes en subsidieregeling rookkanalen. Daarnaast hebben we vanaf het najaar een hootstookverbod ingevoerd.
  3. Energietransitie: verder verduurzaming van de gebouwde omgeving o.a. via isolatie, opzetting van (pre-) SMP, opstelling nieuw warmteplan.
  4. Klimaat: opstellen Klimaatplan 2026-2030 gericht op reductie met ten minste 55% in 2030 en met ten minste 95% in 2050; en implementatie nieuw instrument voor monitoring en analyse (ClimateOS).
  5. Realisatie gemeentelijk Energiebedrijf en vervolgstappen aardgasvrij maken wijken (o.a. Eindhoven Noord-Oost).
  6. Intensiveren van het groenbeheer: extra middelen zijn ingezet voor een inhaalslag van het regulier groenbeheer. Ze zijn ingezet bij uitbreiding en het intensiever gebruik van groen. Tevens is het Beheerkader Groen vastgesteld door het college.
  7. We planten voor elke nieuwe Eindhovenaar een nieuwe boom conform het bestuursakkoord. Het aantal inwoners is in 2025 met totaal 2.620 toegenomen. In 2025 zijn totaal 10.441 bomen geplant en op gemeentelijke gronden 1.905 bomen gekapt, per saldo een aanwas van 8.536 bomen

Financiële kerngegevens

Thema

Taakveld

Lasten

Baten

Mut.res.

Saldo

Groen

Openb. groen en (openlucht)recreatie

26.854

-1.947

4.451

29.359

Water

Riolering

23.806

-26.747

1.364

-1.577

Milieu

Afval

32.413

-34.174

-15

-1.776

Milieubeheer

25.500

-14.636

5.502

16.366

Begraafplaatsen en crematoria

1.582

-602

0

981

Klimaat en weer

110.156

-78.105

11.302

43.353

BBV-indicatoren

Indicator

peiljaar

NL

100-300

> 300

Eindhoven

Omvang huishoudelijk restafval (kg per inwoner)

2024

148

150

250

208

Hernieuwbare elektriciteit

2022

32,5

18,7

13,9

12,3

Deze pagina is gebouwd op 06/09/2026 12:08:25 met de export van 06/09/2026 12:00:17