Paragrafen

3d. Financiering

Deze paragraaf gaat in op het treasurybeleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille. In 2025 voldoen we aan de kasgeldlimiet, renterisiconorm en norm voor schatkistbankieren. De netto schuldpositie (kort en langlopende leningen) is aanzienlijk toegenomen als resultaat van de aankoop van BIC1. Het bedrag aan verstrekte leningen en garanties aan derden is licht gestegen. 
De kaders zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). De belangrijkste doelstelling is het beheersen van de (mogelijk) uit de treasuryfunctie voortvloeiende risico’s. Het wettelijk kader is verder uitgewerkt in het treasurystatuut van de gemeente Eindhoven, dat in 2024 is vastgesteld. 

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de feitelijke geldstromen in 2025. Het rekeningresultaat wordt gecorrigeerd voor resultaatposten die geen kasstroom met zich meebrengen (bijvoorbeeld afschrijvingen) en voor kasstromen die geen resultaatpost zijn (bijvoorbeeld mutaties in voorzieningen). De gemeente werkt vanuit totaalfinanciering: alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden gesaldeerd voordat de gemeente zich op de geld- of kapitaalmarkt begeeft. 

Op basis van de cijfers in de primaire begroting was een liquiditeitenuitstroom van € 162 miljoen voorzien. De realisatie over 2025 laat een kasuitstroom zien van € 275,7 miljoen als gevolg van de aankoop van enerzijds de Brainport Industries Campus 1 (BIC 1), die niet voorzien was, en de ontvangst van diverse grote specifieke uitkeringen van het Rijk en achterblijvende uitgaven anderzijds.  

Kasstroomoverzicht 2025 ( x € 1 miljoen)

Rekeningresultaat

36,2

Correctie voor afschrijvingen en mutaties voorzieningen/reserves

34,4

Aanpassingen voor mutaties in netto werkkapitaal (voorraden)

-14,7

Aanpassingen voor mutaties in netto werkkapitaal (overig: crediteuren, debiteuren)

52,6

Kasstroom operationele activiteiten

108,5

Investeringen in (im)materiele vaste activa

-142,9

Desinvesteringen in (im)materiele vaste activa

1,2

Totaal kasstroom investeringsactiviteiten

-141,7

Aflossing van opgenomen leningen

-21,6

Toename van verstrekte leningen

-2,9

Kapitaalverstrekking aan deelneming

-218,1

Totaal kasstroom financieringsactiviteiten (benodigde herfinanciering)

-242,5

Financiering ( x € 1 miljoen)

Lager saldo bankrekeningen en contant geld

24,3

Nieuwe opgenomen langlopende leningen

161,5

Toename kasgeldleningen

90,0

Financiering van kasinstroom

275,7

Renteontwikkelingen

De onvoorspelbare Amerikaanse handelspolitiek verstoorde in 2025 de internationale verhoudingen en ondermijnde de economische stabiliteit. De Europese Centrale Bank (ECB) verlaagde in de eerste helft van 2025 de depositorente verder van 3% naar 2% om de zwakke economische groei in het eurogebied te stimuleren. De verwachting van de ECB was dat de inflatie hierdoor duurzaam richting de 2% beweegt, maar deze ontwikkeling wordt sterk beïnvloed door eventuele inflatoire effecten van de handelsoorlog. De onzekere economische vooruitzichten en inflatiezorgen in combinatie met veel vraag naar langlopende leningen zorgden voor een volatiele kapitaalmarktrente in 2025. De 10 jaars rente eindigde ongeveer op de beginstand rond de 3,0%.

Over de afgelopen tien jaar hebben de rentes zich als volgt ontwikkeld:

Kasgeldlimiet en renterisiconorm

Door de aankoop van BIC 1 hebben we voor het eerst sinds vier jaar weer financiering moeten aantrekken. De aankoop is in eerste instantie gefinancierd met kasgeld. De wet FIDO stelt dat de gemeente maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (de kasgeldlimiet) met kort geld mag financieren. Als de netto-vlottende schuld, bestaande uit kasgeldleningen en het saldo van de bankrekeningen, de kasgeldlimiet (€ 107 miljoen) drie kwartalen overschrijdt, moeten aanvullende maatregelen worden genomen. Daarom is in het vierde kwartaal een bedrag van € 161 miljoen omgezet in langlopende leningen, waardoor de netto vlottende schuld vanaf 7 november 2025 daalde tot ver onder de limiet. De betaalde rente op kasgeldleningen daalde vanaf maart van circa 2,5% naar 2,0% als gevolg van de verdere renteverlagingen van de ECB.

Kasgeldlimiet ( x € 1 miljoen)

kw1

kw2

kw3

kw4

Norm 8,5% van begrotingstotaal

107

107

107

107

Gemiddelde Netto vlottende schuld (x € 1 miljoen)

0

179

171

116

De renterisiconorm uit de wet FIDO regelt dat gemeenten tot een dusdanige opbouw van de leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossingen en renteherziening op leningen mag jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal zijn. Voor Eindhoven is dat in 2025 € 251,3 miljoen. Het bruto bedrag aan aflossingen bedroeg € 21,5 miljoen.

Renterisiconorm ( X € 1 miljoen)

2023

2024

2025

Norm 20% van begrotingstotaal

217,7

233.1

251,3

Stand

16,1

1,1

21,5

De langlopende schuldpositie van de gemeente Eindhoven is in 2025 toegenomen met € 140,0 miljoen naar € 446,4 miljoen. In het vierde kwartaal zijn acht fixe leningen aangetrokken (met aflossing aan het einde van de looptijd) voor in totaal € 161,0 miljoen met looptijden 1 jaar en 1 dag, 4 jaar, 7 jaar, 8 jaar, 9 jaar en 13 jaar. In 2025 werd voor een bedrag van netto € 21,5 miljoen aan leningen en waarborgsommen afgelost.

Ontwikkeling opgenomen geldleningen
(x € 1.000)

Restant per 31-12-2024

Vermeerdering in 2025

Aflossing in 2025

Restant per 31-12-2025

Eigen financiering

250.932

161.000

20.492

391.440

Projectfinanciering zonnepanelen project

4.947

948

3.998

Lening t.b.v. aankoop gronden PSV

48.600

48.600

Voor doorlening aan woningbouw

1.287

77

1.210

Waarborgsommen van derden

765

414

1.180

Totaal vaste schuld

306.530

161.414

21.517

446.428

Verstrekte leningen

Het totaal bedrag aan verstrekte leningen is in 2025 toegenomen met Є 2,9 miljoen tot € 18,4 miljoen.

  • woningbouw: de verstrekte leningenportefeuille bevat nog slechts één lening, die is doorgeleend aan een Eindhovense woningbouwcorporatie. Deze lening à € 1,2 miljoen is afgesloten met zogenaamde WSW-garantie; in geval de tegenpartij in gebreke blijft, kan de gemeente haar lening via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) terug krijgen.
  • deelnemingen: door Park Strijp CV is in 2025 € 4,0 miljoen opgenomen binnen de overeenkomst.
  • overige leningen: in 2025 hebben reguliere aflossingen plaatsgevonden op de aan particulieren verstrekte leningen binnen het zonnepanelenproject Zuidoost-Brabant en op starters- en duurzaamheidsleningen via SVn. In totaal staat er nog € 5,6 miljoen op deze leningen uit.

Ontwikkeling verstrekte geldleningen
(x € 1.000)

Restant per
31-12-2024

Mutatie

Restant per
31-12-2025

Lening aan woningbouw

1.287

-77

1.210

Lening aan deelnemingen

6.077

4.000

10.077

Overige leningen (startersleningen, zonnepanelen, duurzaamheidsleningen, Enexis, ROW, Kazerne, bijstand, waarborgsommen derden, etc.)

8.097

-1.009

7.087

Totaal vaste schuld

15.461

2.914

18.375

Netto schuld en liquide middelen

Om de netto schuld te bepalen corrigeren we de opgenomen gelden (lang en kort) met de verstrekte leningen en liquide middelen. Per saldo is de netto schuld gecorrigeerd voor liquide middelen in 2025 toegenomen met € 251,3 miljoen naar € 517,0 miljoen. De opgenomen gelden zijn met € 230,0 miljoen toegenomen, bestaande uit netto €140,0 miljoen langlopende leningen en € 90,0 miljoen kasgeldleningen. Het saldo liquide middelen (bankrekeningen plus schatkist) is met € 24,3 miljoen afgenomen. De verstrekte leningen laten een toename zien van € 2,9 miljoen. Over de afgelopen jaren heeft de netto-schuld zich als volgt ontwikkeld:

Renteresultaten

De rentekosten van het eigen vermogen en de leningenportefeuille worden doorberekend via de interne rekenrente. De commissie BBV heeft in 2023 de verplicht voorgeschreven berekening van de interne rente aangepast. Vanaf begroting 2025 dient voor de voorraad gronden hetzelfde interne rentepercentage gehanteerd te worden als voor de vaste activa. De rentekosten worden via de interne rekenrente omgeslagen over de activa die integraal zijn gefinancierd inclusief de grondexploitaties.

De interne rente en de rente op reserves en voorzieningen zijn bij de begroting 2025 vastgesteld op 1,0%. Conform de notitie Rente van de commissie BBV is berekend of de doorbelaste rentelasten in de realisatie niet meer dan 25% afwijken van de werkelijke netto rentelasten. Om hieraan te voldoen is de rente op reserves en voorzieningen nacalculatorisch verlaagd naar 0,7%. Daardoor valt het gerealiseerde renteresultaat op het taakveld treasury binnen de in de BBV notitie gedefinieerde bandbreedte. De verlaging van het rentepercentage op reserves en voorzieningen leidt tot lagere lasten en daarmee een hoger renteresultaat, maar gemeentebreed is de wijziging per saldo resultaatneutraal.

Over facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) dient verplicht een afwijkende berekening van het rentepercentage te worden toegepast. Dit rentepercentage is bij de begroting vastgesteld op 1,0%, maar is in de loop van het jaar bijgesteld naar 1,6% op basis van de werkelijke boekwaarde per 1-1-2025 en de gerealiseerde rentelasten over 2025. Daarmee is voldaan aan de eis van het BBV.
Onderstaand schema geeft inzicht in de netto rentelasten, de wijze waarop rente aan grondexploitaties, projectfinanciering aan specifieke taakvelden en omslagrente aan investeringen wordt toegerekend en het renteresultaat op het taakveld treasury.

Het gerealiseerde renteresultaat is € 0,1 miljoen positief. De voordelige afwijking ten opzichte van de gewijzigde begroting is met name het gevolg van lagere externe rentelasten door achterblijvende uitgaven in de afgelopen jaren.

Schema rentetoerekening
(x € 1 miljoen)

Primaire
begroting

Gewijzigde
begroting

Realisatie

Saldo externe rente lasten en baten

-6,9

-8,4

-8,3

Rente over eigen vermogen en voorzieningen

-4,3

-4,1

-4,1

Totale netto rentekosten op taakveld treasury

-11,1

-12,5

-12,4

Doorbelaste rente naar grondexploitaties en projectfinanciering

2,7

2,6

2,5

Doorbelaste rente naar activa via renteomslag

10,6

9,4

10,0

Renteresultaat op taakveld treasury

2,2

-0,5

0,1

Verstrekte garanties

Per eind 2025 is voor een bedrag van € 6,7 miljoen aan leningen direct gegarandeerd door de gemeente aan instellingen, die actief zijn op het gebied van gezondheidszorg, welzijn, sport en cultuur. De garanties zijn deels verstrekt met hypothecaire zekerheid. Het college van B&W is terughoudend in het verstrekken van nieuwe garanties of leningen. In geval van materiële bedragen wordt vooraf advies ingewonnen van de raad.
In 2025 is samen met SWS (waarborgfonds voor de sport) een nieuwe garantie verstrekt aan TV Meerhoven voor een totaal bedrag van € 665.000. Per saldo is het bedrag aan verstrekte garanties afgenomen in 2025 met € 0,2 miljoen.

Op de uitstaande leningen en garanties loopt de gemeente risico. Daarom brengen we over (een deel van) de lopende leningen en garanties jaarlijks een risicopremie in rekening bij de geldnemers. Met deze premies voeden we de reserve algemene risico’s garanties en geldleningen. Als de gemeente wordt aangesproken op haar garantie, of een lening niet wordt afgelost, komt dit verlies ten laste van deze reserve. In 2025 zijn er geen bedragen ten laste van de reserve gebracht. Jaarlijks bepalen we de minimale hoogte van de reserve aan de hand van de financiële positie van de geldnemers (solvabiliteit) en de (hypothecaire) zekerheden. Uit deze analyse bleek dat de huidige stand van de reserve van € 2,77 miljoen eind 2025 passend is voor het afdekken van de risico’s.

Woningbouwcorporaties kunnen voor de financiering van hun investeringen leningen aantrekken met borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Rijk en gemeenten staan samen garant voor het WSW via de achtervangpositie. Indien het garantievermogen van het WSW te laag is (bijvoorbeeld doordat corporaties in andere steden een beroep op het WSW doen) moeten alle deelnemende gemeenten en het rijk aan het WSW renteloze leningen verstrekken. Eindhoven neemt eind 2025 voor een bedrag van € 2,07 miljard de achtervangpositie in. Momenteel zijn er geen signalen dat deze achtervangpositie wordt aangesproken.

Gewaarborgde geldleningen
(bedragen x € 1 miljoen)

31-12-2024

Mutatie

31-12-2025

Garanties aan derden

6,9

-0,2

6,7

Eind 2013 is verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden ingevoerd. Nieuwe beleggingen zijn niet meer toegestaan. Kasoverschotten op reguliere bankrekeningen moeten boven de norm (€ 11,5 miljoen voor Eindhoven) verplicht worden afgestort naar de schatkist van de Staat. Eindhoven heeft geen structurele tegoeden. Tijdelijke liquiditeitsoverschotten zijn dagelijks afgestort. Daardoor is in 2025 het saldo op de bankrekeningen ruim onder de norm van € 11,5 miljoen gebleven.

Schatkistbankieren

kw1

kw2

kw3

kw4

Limiet (norm)

11,5

11,5

11,5

11,5

Gemiddeld saldo op bankrekeningen

3,5

1,0

1,2

1,3

Deze pagina is gebouwd op 06/09/2026 12:08:25 met de export van 06/09/2026 12:00:17