leges o omgevingsvergunningen milieubelastende activiteit en maatwerkvoorschriften o bestrijding ongedierte o ontheffing route gevaarlijke stoffen o stookontheffing.
Tot dit taakveld behoren niet:
taken op het gebied van de zorg voor de waterkwaliteit horen thuis onder taakveld 7.2;
milieueducatie, deze hoort thuis onder taakveld 4.3;
afvalscheiding, deze hoort thuis onder taakveld 7.3;
verduurzamingsmaatregelen die primair aan een ander taakveld gerelateerd zijn, deze horen thuis op die taakvelden; bijvoorbeeld: o zonnepanelen op het zwembad, deze lasten horen thuis onder taakveld 5.2; o subsidie voor woningeigenaren om de eigen woning te verduurzamen, deze lasten horen thuis onder 8.3; o driedubbel glas in het stadhuis, deze lasten horen thuis onder 0.4.
We monitoren en rapporteren over de fysieke kwaliteit van de bodem, lucht, geluid, risico’s externe veiligheid en elektromagnetische straling en onderzoeken de beleving door onze inwoners en de gemiddelde luchtkwaliteit in Eindhoven.
We reduceren de CO₂-uitstoot ten opzichte van 1990 met minstens 55% in 2030 en 95% in 2050. We halveren ons primair grondstofgebruik in 2030 en in 2050 zijn we een circulaire stad.
% inwoners dat zich (zeer) onveilig voelt als gevolg van gevaarlijke stoffen/straling/luchtverontreiniging (1)
35%
35%
33
Toelichting cijfers:
Er is de afgelopen jaren sprake van een dalende trend op alle 3 de onderdelen (stoffen/straling/luchtverontreiniging); met het programma gezonde leefomgeving wordt er op ingezet om deze trend door te zetten
Toelichting indicator:
Bewoners wordt in jaarlijkse inwonersenquête gevraagd naar beleving van de vermelde milieuthema’s. In de inwonersenquête wordt gevraagd in hoeverre Eindhovenaren zich onveilig voelen als gevolg van opslag, gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, straling (door bijvoorbeeld zendmasten of hoogspanningslijnen) en luchtverontreiniging in en om Eindhoven (als drie afzonderlijke vragen). De indicator geeft het percentage van inwoners dat zich onveilig voelt door minstens één van de drie oorzaken. Ook zijn de beelden per thema op buurtniveau beschikbaar in Eindhoven in cijfers.
Motivatie keuze:
Hinderbeleving wordt bepaald door 1. de mate van fysieke belasting (bv. geluiddruk, kwaliteit lucht e.d.) en 2. Overige belevingsfactoren (zoals angst, zorgen, gehoord worden door autoriteiten e.d.). Beide factoren veroorzaken boven bepaalde drempels negatieve gezondheidseffecten. De indicator geeft inzicht hoe het gevoel van onveiligheid zich in Eindhoven ontwikkelt. Dat maakt het mogelijk daarop alert in te spelen (in gesprek treden, voorlichting verzorgen, e.d.). Daarbij kan worden duidelijk gemaakt wat de fysieke belastingsituatie is en wat de gemeente doet om de oorzaken te beperken c.q. kan worden verkend welke verbeteractiviteiten wenselijk zijn.
% inwoners dat last heeft van minstens één vorm van geluidhinder (1)
51%
38%
50%
Toelichting cijfers:
Wegverkeer is en blijft de belangrijkste veroorzaker van geluidoverlast, met Verkeer Circulatie Plan en zero-emissie zone wordt daar aan gewerkt. Woongebieden rondom de luchthaven ondervinden ook geluidoverlast waar we in LEO op inzetten.
Toelichting indicator:
Bewoners wordt in jaarlijkse inwonersenquête gevraagd naar beleving van de verschillende geluidbronnen (van wegverkeer, vliegverkeer, treinverkeer, door bedrijven en horeca, bij evenementen en/of door buren en buurtbewoners). In bewoond gebied is er vaak sprake van invloed van meerdere bronnen op eenzelfde plek (cumulatie). Dat is wat bewoners ervaren.
Motivatie keuze:
In de ruimtelijke ontwikkeling en planbeoordeling worden veelal per bron wettelijke rekentools gebruikt voor toetsing van de geluidbelasting aan wettelijke normen. Vaak is er sprake van geluidbelasting van meerdere bronnen op een plek. De bewoners ervaren die cumulatieve geluidbelasting. De integrale belasting is bepalend voor beleving en effecten op gezondheid. Door het cumulatieve beeld op buurtniveau te genereren krijgen we daar zicht op. Dat beeld kunnen we plaatsen naast de aanwezige fysieke geluidbelasting. Dat kan reden zijn aanvullende maatregelen ter reductie van de geluidbelasting te treffen.
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030. Gegevens voor deze indicator zijn vanaf jaarrekening 2027 beschikbaar.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof NO2. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft de gemiddelden van de stof in Eindhoven weer die lineair afloopt tot het bereiken van de WHO-normen in 2030. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst. Zoals in de begroting opgnomen zijn de rapporten voor 2025 op dit moment nog niet beschikbaar; deze zullen eind 2026 beschikbaar zijn en derhalve kan vanaf de jaarrekening 2027 gerapporteerd worden op deze indicatoren.
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030. Gegevens voor deze indicator zijn vanaf jaarrekening 2027 beschikbaar.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof PM10. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft de gemiddelden van deze stof in Eindhoven weer die lineair afloopt tot het bereiken van de WHO-normen in 2030. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst. Zoals in de begroting opgnomen zijn de rapporten voor 2025 op dit moment nog niet beschikbaar; deze zullen eind 2026 beschikbaar zijn en derhalve kan vanaf de jaarrekening 2027 gerapporteerd worden op deze indicatoren.
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030. Gegevens voor deze indicator zijn vanaf jaarrekening 2027 beschikbaar.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof PM2,5. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft de gemiddelden van deze stof in Eindhoven weer die lineair afloopt tot het bereiken van de WHO-normen in 2030. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst. Zoals in de begroting opgnomen zijn de rapporten voor 2025 op dit moment nog niet beschikbaar; deze zullen eind 2026 beschikbaar zijn en derhalve kan vanaf de jaarrekening 2027 gerapporteerd worden op deze indicatoren.
% overschrijdingspunten vast te stellen EU-norm NO2 (1)
n.b.
22,8%
n.b.
Toelichting cijfers:
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030. Gegevens voor deze indicator zijn vanaf jaarrekening 2027 beschikbaar.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof NO2. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft het gewenste verloop in Eindhoven aan voor het percentage normoverschrijdingspunten dat lineair afloopt tot het bereiken van de nog vast te stellen EU-normen in 2030. Een rekenpunt dat een overschrijding van de norm kent is een normoverschrijdingspunt. Het percentage geeft het aandeel normoverschrijdingspunten ten opzichte van het totaal aantal rekenpunten weer. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst. Zoals in de begroting opgnomen zijn de rapporten voor 2025 op dit moment nog niet beschikbaar; deze zullen eind 2026 beschikbaar zijn en derhalve kan vanaf de jaarrekening 2027 gerapporteerd worden op deze indicatoren.
% overschrijdingspunten vast te stellen EU-norm PM10 (1)
n.b.
0,0%
n.b.
Toelichting cijfers:
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030. Gegevens voor deze indicator zijn vanaf jaarrekening 2027 beschikbaar.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof PM10. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft het gewenste verloop in Eindhoven aan voor het percentage normoverschrijdingspunten dat lineair afloopt tot het bereiken van de nog vast te stellen EU-normen in 2030. Een rekenpunt dat een overschrijding van de norm kent is een normoverschrijdingspunt. Het percentage geeft het aandeel normoverschrijdingspunten ten opzichte van het totaal aantal rekenpunten weer. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst. Zoals in de begroting opgnomen zijn de rapporten voor 2025 op dit moment nog niet beschikbaar; deze zullen eind 2026 beschikbaar zijn en derhalve kan vanaf de jaarrekening 2027 gerapporteerd worden op deze indicatoren.
% overschrijdingspunten vast te stellen EU-norm PM2,5 (1)
n.b.
0,0%
n.b.
Toelichting cijfers:
De begrote cijfers zijn een lineaire afloop met als eindpunt het bereiken van de WHO-normen in 2030. Gegevens voor deze indicator zijn vanaf jaarrekening 2027 beschikbaar.
Toelichting indicator:
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit op rekenpunten in de gemeente Eindhoven gemonitord voor de stof PM2,5. Deze monitoring vindt plaats voor het afgeronde jaar en toekomstige jaren waaronder 2030. Deze gegevens komen pas aan het einde van het jaar volgend op het te rapporteren jaar beschikbaar. De jaarrekening zal derhalve een jaar achter gaan lopen. De indicator geeft het gewenste verloop in Eindhoven aan voor het percentage normoverschrijdingspunten dat lineair afloopt tot het bereiken van de nog vast te stellen EU-normen in 2030. Een rekenpunt dat een overschrijding van de norm kent is een normoverschrijdingspunt. Het percentage geeft het aandeel normoverschrijdingspunten ten opzichte van het totaal aantal rekenpunten weer. De aanwezige lokale luchtkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door de aanwezige achtergrondconcentratie. Een vuistregel is dat dit voor 2/3 het geval is en door 1/3 beïnvloed wordt door lokale bronnen. Lokale maatregelen hebben dan ook alleen een invloed op de lokale piekbelasting en zullen de achtergrondconcentratie maar zeer beperkt beïnvloeden.
Motivatie keuze:
De in de indicator genoemde stof heeft een effect op de gezondheid van burgers. Het is bekend dat ook al word aan de norm voldaan dat nog steeds negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. De indicator geeft dan ook tevens aan het verloop in concentraties naar de toekomst. Zoals in de begroting opgnomen zijn de rapporten voor 2025 op dit moment nog niet beschikbaar; deze zullen eind 2026 beschikbaar zijn en derhalve kan vanaf de jaarrekening 2027 gerapporteerd worden op deze indicatoren.
De meest recente cijfers zijn van 2024 (886 kton uitstoot). De uitstoot van 2024 is 64% van de uitstoot in het eikjaar 1990 (1379 kton). Cijfers over 2025 worden eind 2026/begin 2027 verwacht.
Toelichting indicator:
In de Klimaatverordening 2016 is vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen in de stad ten opzichte van 1990 moet zijn teruggedrongen met ten minste 55% in 2030 en met ten minste 95% in 2050. De indicatoren zijn vastgesteld op basis van de meest actuele data van het NEV-RS, de RIVM en de Regionale Klimaatmonitor, aangevuld met eigen gegevens. Het betreft data uit 2024. Op basis van het doel in de klimaatverordening is vanaf 2016 een lineaire lijn geplot naar 45% van de totale CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Deze lijn bepaalt de begrote maximale hoeveelheden CO2-uitstoot per jaar.
Motivatie keuze:
De uitstoot van broeikasgassen geeft weer welke impact de stad Eindhoven heeft op klimaatverandering. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende bronnen om een zo getrouw mogelijk beeld te geven van de uitstoot per taakveld.
Bron:
De Regionale Klimaatmonitor, NEV-RS, RIVM, eigen database
Bron type:
registratie
Frequentie:
jaarlijks
Hoort bij doel:
Totale CO₂-reductie gemeente Eindhoven
Directe CO₂-uitstoot per inwoner cf Klimaatverordening (% t.o.v. 1990) (2)
50,8%
53,3%
n.n.b.
Toelichting cijfers:
Uitstoot in 2024 gedeeld door aantal inwoners in 2024 = 0,00359553. Dit getal is 50,8% ten opzichte van de uitstoot per inwoner in 1990 (0.00707179).
Toelichting indicator:
In de Klimaatverordening 2016 is vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen in de stad ten opzichte van 1990 moet zijn teruggedrongen met ten minste 55% in 2030 en met ten minste 95% in 2050. De indicatoren zijn vastgesteld op basis van de meest actuele data van het NEV-RS, de RIVM en de Regionale Klimaatmonitor, aangevuld met eigen gegevens. Het betreft data uit 2022. Een deel van deze cijfers is nog voorlopig. De uitstoot per inwoner geeft meer context over de uitstoot van broeikasgassen in een groeiende stad.
Motivatie keuze:
De uitstoot van broeikasgassen geeft weer welke impact de stad Eindhoven heeft op klimaatverandering. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende bronnen om een zo getrouw mogelijk beeld te geven van de uitstoot per taakveld.
Bron:
De Regionale Klimaatmonitor, NEV-RS, RIVM, eigen database
Bron type:
registratie
Frequentie:
jaarlijks
Hoort bij doel:
Totale CO₂-reductie gemeente Eindhoven
Wat hebben we daarvoor gedaan
1.1 Saneren en onderzoeken locaties
De noodzakelijke locaties voor bodem en geluid zijn gesaneerd en de milieu-gezondheidsrisico's zijn beperkt door te hoog belaste situaties (industrie, wegverkeer, luchtkwaliteit) te onderzoeken en saneren.
1.2 Verbeteren woonsituatie
We hebben het programma gezonde leefomgeving gemaakt waarmee we gebiedsgericht maatregelen nemen en zo bijdragen aan zo groot mogelijke gezondheidswinst. Dit samen met het sociaal domein door met 8 criteria de gezondheidswinst vast te stellen.
2.1 Uitvoeren klimaatplan
We zetten breed in op energietransitie, de verduurzaming van de gebouwde omgeving en onze bedrijventerreinen en duurzame mobiliteit. We nemen onze verantwoordelijkheid als organisatie betreffende duurzame inkoop en opdrachtverstrekking.
In 2025 hebben we ons vooral gericht op:
•
Gezonde Fysieke Leefomgeving: Met het opstellen van het omgevingswetprogramma Gezonde Leefomgeving zijn de werkwijze en indicatoren vastgesteld om de locaties te bepalen waar de meeste gezondheidswinst te halen is.
•
Saneren en onderzoeken locaties: 110 locaties zijn onderzocht, Bredalaan, Gijzenrooij en Strijpsestr (uitvoering bodemsanering). Woningen Leenderweg (gevelisolatie), Leenderweg buiten de Ring (aanbrengen stil asfalt).
•
Verbeteren woonsituatie: De milieubelasting is teruggebracht door saneringen wegverkeerslawaai en uitvoering van subsidieregelingen sloop oude diesel personenauto's en bestelvoertuigen, sloopregeling scooters, inruilregeling scooters en sloopregeling rookgaskanalen
•
Verbeteren uitvoering Milieubeleid: De doorwerking van milieuregels in andere programma's (mobiliteit, warmteprogramma, klimaatadaptatie, verdichting) en gebiedskaders en projectkaders is vormgegeven.
•
Beperken overlast bedrijven op leefomgeving: Bij vergunningverlening is gestuurd op toepassing Best Beschikbare Technieken en beleid Industriële Geur met specifieke aandacht voor de meest milieurelevante bedrijven. Voor de Hurk is de intentieverklaring voor het toekomstperspectief ondertekend.
•
Ondergrond: Door borging via gebiedskaders en intake en interne communicatie, uitvoering programma ondergrond, wordt ondergrond in projecten als uitgangspunt meegenomen. Hierdoor lukt het steeds beter om te sturen op de ondergrondse inrichting van de stad.
•
Uitvoeren klimaatplan: We hebben gewerkt aan projecten op het gebied van energietransitie, verduurzaming van de gebouwde omgeving, onze bedrijventerreinen en duurzame mobiliteit. Als organisatie hebben we uitvoering gegeven aan duurzame inkoop en opdrachtverstrekking
Wat heeft het gekost
x € 1.000
Begr. prim. 2025 (nov '24)
Begroting 2025 (dec '25)
Realisatie 2025
Afwijking 2025
Lasten
25.253
37.889
25.500
12.389
Baten
-7.718
-21.729
-14.636
-7.093
Mutatie reserves
-2.435
902
5.502
-4.600
Saldo
15.100
17.062
16.366
696
Realisatie 2025 per categorie
Lasten
2025
Baten
2025
Mutatie reserves
2025
Personeelslasten
8.671
Uitkering uit gemeentefonds
0
Toevoeging reserves
15.511
Kapitaallasten
564
Overige rijksbijdragen
-9.949
Onttrekking reserves
-10.009
Goederen en diensten
11.942
Belastingen en heffingen
0
Subsidies en overdrachten
2.984
Goederen en diensten
-4.390
Verr. overhead en app.kst.
34
Overige overdrachten
-228
Toevoegingen voorzieningen
0
Overig
-69
Overig
1.306
Totaal lasten
25.500
Totaal baten
-14.636
Mutatie reserves
5.502
Toelichting afwijking exploitatie (x € 1.000)
Lasten
Baten
Mutatie reserve
Afwijking
I/S
Afwijking turap
Ontvangen SDE-subsidie 2023/2024
-
797
-797
-
Inc
De subsidie Stimulering Duurzame Energietransitie voor de Bio Energie Centrale Meerhoven over de periode 2011-2024 is vastgesteld. Hieruit volgt een nabetaling die betrekking heeft op de jaren 2023 en 2024.
Eindhoven Energie
2.600
-
-2.600
-
Inc
Er is € 2,6 miljoen onttrokken uit de Reserve Strategische Investering, met als bestedingsdoel om de inrichtingskosten van het Energiebedrijf te vergoeden. Na juridisch advies is echter gebleken dat financiering van Eindhoven Energie in het huidige stadium alleen te financieren is door middel van een aandelenstorting. Laatstgenoemde moet met structureel budget worden ingeregeld. In 2026 zal de gemeente Eindhoven de aandelenstorting doen.
CDOKE
1.025
-1.153
-
-128
Inc
Niet alle vacatures die vanuit de SPUK CDOKE werden gefinancierd, zijn ingevuld. Hierdoor vallen de personeelslasten lager uit en wordt een lager bedrag op de SPUK verantwoord.
Projecten duurzaamheid en milieu
8.820
-8.080
-774
-34
Inc
Het gaat hier om duurzaamheidsprojecten en bodem-, geluid- en luchtkwaliteitprojecten waarbij het moment van realisatie afwijkt van de planning. Dit zijn afwijkingen die niet tot voor- of nadelen per einde van deze projecten leiden. De resultaten worden afgewikkeld met de reserve exploitatieprojecten in openbare ruimte met meerjarig karakter. De projecten met de grootste afwijkingen zijn “Rijksgelden Energiearmoede (€ 2,5 mln)” en “SPUK Nationale Aanpak Isolatie (€ 0,9 mln)”.
Stimulering Schoon en Emissieloos Bouwen
-457
754
-
297
Inc
De Spuk Regeling stimulering Schoon en Emissieloos Bouwen is in 2025 niet in de begroting opgenomen. Aan de kostenkant staan de kosten die hiervoor zijn gemaakt.
Overig
401
610
-449
562
SALDO
12.389
-7.072
-4.620
697
-
Deze pagina is gebouwd op 06/09/2026 12:08:25 met de export van 06/09/2026 12:00:17